ANGST VOOR DE ANGST
Artrose is een eigenaardig verschijnsel. Het treft bijna iedereen vroeger of later. Als je bij iemand boven de vijftig de hals- of lendenwervels zou fotograferen, dan tref je bij vrijwel alle mensen lichte tot zware slijtage aan. Toch zijn er grote groepen mensen die nauwelijks last hebben van die slijtage. Ja, je wordt een beetje stijver en strammer als je ouder wordt, maar dat vindt iedereen normaal. Niks om je over op te winden of om onmiddellijk mee naar de dokter te rennen.
Een versleten gewricht hoeft op zichzelf helemaal geen pijn te geven. Soms zie je op de röntgenfoto gewrichten die er werkelijk vreselijk uitzien, terwijl de eigenaar er nauwelijks last van heeft. Andersom zijn er mensen die op de foto een hele lichte afwijking vertonen, maar desondanks enorm veel last hebben van het gewricht. Hoe komt het dan dat sommige mensen - zelfs bij lichte slijtage - zoveel meer pijn ervaren dan anderen? De "objectieve" feiten alleen geven onvoldoende aanknopingspunt. Kennelijk zijn er andere factoren in het spel dan de fysieke degeneratie op zich.
Tijdens een acupunctuur congres ontmoette ik een tijdje terug een collega die gedurende de lezingen onophoudelijk zijn nek zat te masseren. In de pauze raakten we aan de praat en hij vertelde dat zijn nekklachten door de lange reis per vliegtuig erger waren dan ooit. De pijn straalde uit naar zijn achterhoofd en maakte hem behoorlijk gek. Hij had al eens een foto laten maken, maar meer dan een lichte slijtage - normaal voor iemand van zijn leeftijd - was er niet te zien. Zoals gebruikelijk in dit soort gevallen, waar geen grove afwijkingen geconstateerd worden, luidde het devies van de behandelend arts: je moet er maar leren leven.
Hoe doe je dat, leren leven met iets waar je veel last van hebt, maar dat er eigenlijk niet is? Je zoekt een goede fysiotherapeut of manueel therapeut. Samen stel je een programma op om de belastbaarheid van het gewricht te vergroten en de belasting te minimaliseren. Nou zijn artsen de allerlastigste patiënten die het eigenlijk allemaal beter weten dan de behandelaar, zeker als die zelf geen arts is, maar "slechts" een gewone fysiotherapeut. Hoe dan ook was het eindresultaat dat de fysiotherapie wel een tijdje aansloeg, maar dat na verloop van tijd de klachten weer net zo hard terug kwamen. En, zoals het een goed arts betaamt, had mijn collega zich intussen zo goed en zo kwaad als het ging in zijn lot geschikt. Het stadium van berusting was bereikt.
Diezelfde avond was het galadiner waarmee het congres feestelijk werd afgesloten. De collega met nekklachten zat met nog zes anderen aan dezelfde tafel als ik. U weet misschien hoe zoiets gaat, na een paar glazen wijn komen de sterke verhalen los. Een van de mensen aan tafel die ik al twintig jaar ken, begon sterke verhalen over mij te vertellen. Heel leuk om door iemand anders in het zonnetje gezet te worden natuurlijk, maar nu wilde de collega met nekklachten een proeve van mijn kunne. Als jij zo'n ster bent, help mij dan maar van die nekklachten af, was de uitdaging die hij bij me neerlegde.
Daar zat ik. Niet zozeer met een mond vol tanden, als wel met de noodzaak om een nogal lang verhaal over nierenergie te vertellen temidden van een enigszins beneveld publiek. Je zag zo dat ze daar het geduld niet voor hadden. Ik stond op, pakte het hoofd van de andere arts stevig vast en drukte met een gedecideerde beweging een naaldje in zijn oor. De collega wiebelde een beetje met zijn hoofd en was verder stil.
De volgende morgen bij het ontbijt schoot hij me weer aan. Hij wilde me bedanken voor "de behandeling". Hij had het doodeng gevonden, maar het had wel verlichting gegeven. Ik nodigde hem uit om bij me aan tafel te komen zitten, zodat ik hem alsnog het verhaal over de nierenergie zou kunnen vertellen.
Eerst legde ik uit waarom het oornaaldje geholpen had. Ik had het reflexgebied van de nek in het oor geprikt, waardoor de energie ter plaatse direct weer makkelijker kan doorstromen en dat voelt prettig aan. Maar na een tijdje zal de boel weer vast gaan zitten, tenzij je iets gaat doen aan de werkelijke oorzaak van de problemen. Artrose is energetisch gezien een nierenergie probleem. Het deblokkeren en opnieuw opbouwen van de verstoorde nierenergie zal dus een belangrijk deel van de strategie moeten zijn om echt iets aan de klachten te doen.
Maar daarmee is de kous niet af. De nierenergie is niet zomaar geblokkeerd geraakt. Trouwe lezers weten dat er aan elke energie verstoring altijd een verkeerd omgaan met een of andere emotie ten grondslag ligt. Angst is de verkrampende emotie die de diepste oorzaak is voor het op slot slaan van de nierenergie.
Angst is misschien wel de moeilijkste negatieve emotie die er is. Dat komt omdat het een hele elementaire emotie is, die een belangrijke functie vervult. Angst is een belangrijk waarschuwingssignaal voor het organisme. Mensen zonder angst zijn een gevaar voor zichzelf en voor hun omgeving. Angst is dus bijzonder nuttig. Tegelijkertijd geeft angst een lichamelijke sensatie, die als onplezierig wordt ervaren. Sommige mensen gaan daardoor heel ver in het vermijden van angst: ze willen het niet. Dat is wat bedoeld wordt met "angst voor de angst". Er is niks mis met angst, zolang je er niet bang voor bent. Zodra je er voor op de loop gaat gebeuren er twee dingen: in de eerste plaats blokkeer je de nierenergie als je angst weigert te voelen in je lichaam. In de tweede plaats ga je angst op angst stapelen en daardoor ook mentaal volledig verkrampen.
Ik gaf mijn collega met nekklachten het advies om eens grondig te kijken naar de angstpatronen in zijn leven en te proberen de angst terug te brengen tot "gezonde" proporties. Daarnaast adviseerde ik hem oefeningen om zijn uitgeputte nierenergie op te peppen. En tenslotte moest hij proberen de nekwervels te ontzien en de vrije doorstroming van de energie in het nekgebied te bevorderen. Dit kon hij zelf met behulp van acupunctuur.
Een paar weken na het congres kreeg ik een telefoontje van deze man. Hij vertelde opgewonden dat hij vooral met dat idee over angstonderzoek aan de gang was gegaan. Daarbij waren opeens een heleboel puzzelstukjes voor hem in elkaar gevallen. Hij had zich voor het eerst gerealiseerd dat zijn leven in het teken stond van angst. Dat gebrek aan vertrouwen had hij kunnen herleiden tot gebeurtenissen uit zijn jeugd. Er was een patroon ontstaan dat er uiteindelijk toe geleid had waarbij zijn hele denken en handelen erop gericht was om zekerheid op te bouwen. In zijn werk en in zijn relaties was alles erop gericht geweest om de angst er onder te krijgen in plaats van om te genieten. Hij was meester geworden in het bezweren van alle denkbare gevaren en bedreigingen, maar was daardoor aan het leven van zijn leven niet meer toegekomen.
Sinds hij het grotere plaatje gezien had, waren zijn nekklachten beduidend minder geworden. Pas op dat moment is hij de rest van mijn adviezen in praktijk gaan brengen. De oefeningen die ik hem gaf om zijn nierenergie te versterken - en die u nog van me tegoed houdt - kostten hem de nodige moeite, maar hij was stellig van plan ze vol te houden. Omdat hij wel voelde dat het hielp. We spraken af elkaar volgende maand in Rotterdam te ontmoeten. Hij was dan toch in de buurt, want hij had besloten een twee maanden vrij te nemen om samen met zijn vrouw te genieten van een rondreis door Europa.
De angst dat er onderweg wat zou gebeuren, de vrees dat twee maanden te lang was om zijn praktijk stil te leggen, de angst dat hij na zoveel vrijheid en genieten de draai in het werk niet meer zou kunnen hervinden, de angst voor inbraken in zijn huis en praktijk terwijl hij weg was, en nog 1000 andere angsten heeft hij bewust van zich afgezet. Hij was tot een belangrijk inzicht te komen: het leven is te mooi en te kort om te verdoen met bang zijn.