Ik kom uit de wereld van de auriculo, een wereld waar nog niet veel mensen van hebben gehoord. Auriculo is een moderne vorm van acupunctuur, die vooral in het Westen zijn aanhangers heeft. In Europa en Noord-Amerika zijn een paar honderd artsen bezig met een deelgebiedje van de acupunctuur, namelijk acupunctuur via het oor. De ooracupunctuur is in de vijftiger jaren (her)ontdekt door een Franse arts, Paul Nogier, die vervolgens in de zestiger jaren een wellicht nog belangrijker ontdekking deed, namelijk de VAS. En het is deze VAS die het mogelijk maakt om op de pols de reactie te meten op allerlei prikkels die men de patiënt aanbiedt. Via de VAS methode kan men doordringen tot domeinen van het menselijk lichaam en de geest die tot nu toe zuiver speculatief waren en die het mogelijk maken ook niet-westerse geneeskundige systemen op een objectieve manier te onderzoeken.
De kennis over de auriculo (westerse ooracupunctuur) heeft tot nu toe een zeker occult karakter, omdat het altijd als een superspecialisatie gold voor artsen, tandartsen en dierenartsen die vanuit een acupunctuur achtergrond werkten. Dat maakt de spoeling relatief klein. Het grote voordeel is wel dat onder de beoefenaars van de auriculo zich een groot aantal visionaire artsen bevonden die bereid zijn om zich in het grensgebied van de geneeskunde te bewegen.
In 1994 had ik het idee dat het eigenlijk zonde was dat de auriculo met zijn hele bijzondere ontdekkingen niet toegankelijk was voor een groter publiek. Hier zat ik met een schat aan kennis en fantastische mogelijkheden en -wat van eminent belang is- een objectieve methode die de toegangsdeuren tot de niet-zichtbare wereld voor je opent. Al die verhalen over chakra's, vorige levens, energie, aura's, eindelijk is er een methode die een redelijke mate van objectiviteit bezit om dergelijke fenomenen te onderzoeken. Natuurlijk weet ik ook wel dat iedere onderzoek subjectieve trekjes heeft, maar het objectieve deel staat garant voor een ontwikkeling die gedragen wordt door een groot aantal waarnemingen die elkaar ondergraven of ondersteunen en waar zin en onzin tegen elkaar kan worden afgewogen.
Neem bijvoorbeeld de homeopaten. Iedereen in de homeopathische praktijk kan dagelijks ervaren dat homeopathie werkt, toch zijn er verschillende richtingen die elkaar verketteren. Je hebt klassieke homeopaten, klinische homeopaten, homeopaten die zweren bij enkelvoudige homeopathie en die zweren bij complex homeopathie.
Als je vraagt waaróm ze een bepaalde richting aanhangen, dan komen de meesten uiteindelijk terecht bij hun opleiders; hun keuze is bepaald door geloof, geen wonder dat ze ruzie hebben.
Denk nu niet dat het in de acupunctuur veel beter is. Acupunctuur werkt en dat wordt al duizenden jaren in de praktijk bewezen. Toch is het zo dat je ook in de acupunctuur allerlei richtingen, trends en modes hebt. Voor een bepaalde klacht vind je soms totaal verschillende oplossingen in de literatuur. Natuurlijk is het zeer wel denkbaar dat er gewoon verschillende oplossing strategieën zijn, waarom niet. Maar hoe controleer je dat? Statistisch effect-onderzoek is een mogelijkheid, maar al die jaren dat ik nu meeloop in het alternatieve wereldje is er op dat gebied niet veel gebeurd. Wellicht is dat iets voor de toekomst, maar ook hier geldt dat de beoefenaars hun keuze tot een bepaalde oplossingsstrategie primair laten bepalen door hun geloof in een bepaalde richting die door hun eigen ervaring verder gemoduleerd wordt tot een "eigen" methode.
Geloof is prachtig, ik zou niet buiten kunnen. Maar op een been kan je niet lopen, ook een kennisdomein niet. Objectieve gegevens zijn absoluut noodzakelijk om een levende wetenschap te zijn en te blijven. Als je in een boek leest dat de homeopathische verdunning Bryonia D6 zo goed helpt bij mensen met een bepaalde klacht en je bent bereid de schrijver te geloven kan ja dat in de praktijk gaan uitproberen. Aan iedereen die in een bepaald profiel valt geef je Bryonia en als je geluk hebt, scoor je een bepaald succespercentage. Zou het nu niet veel leuker zijn als er een objectieve methode bestond waarbij je van te voren zou kunnen voorspellen of Bryonia bij die bepaalde patiënt voordelig zou werken en zelfs waarop het werkt. Om zodoende controleerbare behandeldoelen te formuleren.
Het prettige van de VAS en de SiVAS is dat ik nooit meer overgeleverd ben aan verkooppraatjes. Als ik morgen iemand tegenkom die tegen me zegt: "Ton, ik heb nu zoiets fantastisch, ik heb van gene zijde vernomen dat het extract van de Zwitserse paardebloem kanker geneest", dan zeg ik dank je heel hartelijk voor deze informatie en doe vervolgens bij mensen met kanker een aantal tests uit de SiVAS. Binnen een hele korte tijd weet ik of ik met een volslagen idioot idee te maken heb of met iets waardevols dat verder onderzoek behoeft. Ik hoef nooit meer een verkooppraatje te geloven, ik hoef nooit meer overgehaald te worden om iets voor te schrijven "omdat het zo goed werkt". Ik kan het allemaal zelf onderzoeken. En niet alleen ik, iedereen die dezelfde technieken beheerst kan mijn waarnemingen bevestigen of betwisten.
Ram Das is een spiritueel leraar die veel invloed op mijn ontwikkeling heeft gehad. Een thema uit zijn werk is dat je je eigen spirituele ontwikkeling niet los kunt zien van je omgeving. Om de afschuwelijke term "werken aan jezelf" maar weer eens van stal te halen, werken aan jezelf houdt in dat je werkt aan je relatie met de wereld. In de Boeddhistische traditie; door het lijden van de wereld te verzachten werk je aan je eigen bevrijding. Er is geen andere weg, je moet je openen zonder je af te sluiten; voor Ram Das betekent dat "Compassion in action".
Terug naar 1994. Ik gaf toen ook les aan aankomende fysiotherapeuten en in die tijd was de arbeidsmarkt voor afgestudeerden nogal somber. Slechts een klein aantal kon werk in het reguliere circuit vinden. Onze gezondheidszorg is om financiële redenen voor instromende fysiotherapeuten behoorlijk dichtgetimmerd. Dus ging een aantal zich "wild" te vestigen, ze begonnen zomaar ergens een praktijk. Het opvallende was dat een aantal zich redelijk succesvol manifesteerden en in staat waren een drukbeklante praktijk op te bouwen. Bij weer anderen mislukte dat en voor hen restte veelal een moeizaam bestaan van waarnemingen en bijbaantjes.
Door mijn bemoeienissen als docent leerde ik sommige fysiotherapeuten natuurlijk beter kennen en ontstond er vriendschappelijk sociaal verkeer en werd ik op de hoogte gehouden van het wel en wee. Wat mij opviel bij de succesvolle en de minder succesvolle "wilde" fysiotherapeuten was dat de succesvolle allemaal iets extra's in petto hadden. Of ze waren sociaal vaardiger of ze hadden zich door allerlei cursussen bekwaamd in "ongewone" fysiotherapie, kortom ze konden iets bijzonders.
Zo kwam het idee bij me op om ze iets bijzonders te geven zodat ze zich konden onderscheiden van de rest. Op basis van de VAS moet het mogelijk zijn de fysiotherapie kwalitatief te verbeteren door het gebruik van homeopathie. Leer fysiotherapeuten de VAS en een aantal technieken waarmee ze medicamenten kunnen testen en leer ze om te gaan met een beperkt aantal homeopathische prescripties. Het hoeven helemaal geen homeopaten worden, maar leer ze om binnen een beperkt arsenaal de homeopathie toe te passen en op die manier van de zegeningen van de homeopathie te profiteren. Zo is het dus begonnen.
Bij het ontwikkelen van de verdere ideeën bleek dat er ook veel belangstelling was van de zijde van de artsen en zo werd het aanvankelijk een cursus voor artsen en fysiotherapeuten op postacademiaal niveau.
Toen we in 1995 startten werd ik een beetje overvallen door aanvragen van therapeuten van diverse pluimage of zij ook deel konden nemen. Na enige overweging heb ik besloten om de cursus ook voor hen open te stellen om verschillende redenen.
In de eerste plaats betekenen meer cursisten dat er meer geld omgaat en meer geld houdt in dat de kans op succes groter wordt, inclusief meer maatschappelijk draagvlak, bekendheid en meer mogelijkheden tot groei. In de tweede plaats geloof ik dat de SiVAS wezenlijk bijdraagt tot het welzijn van de mensen en dat hoe meer mensen op de hoogte zijn van de SiVAS en deze toepassen, hoe meer het ideële doel -vermindering van het lijden en bevrijding- bereikt kan worden.
In de derde plaats is worden niet-artsen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn vaak onderschat als behandelaars. Onder hen bevinden zich zeer bekwame therapeuten die zorgvuldig te werk gaan en die zich bewezen hebben in bepaalde segmenten van de gezondheidsmarkt. Het is gewoon een kwestie van goed weten waar je mee bezig bent en kennen van je eigen verantwoordelijkheid.
Al met al betekende deze diversiteit in cursisten wel een goed nadenken over hoe de SiVAS cursus het beste gestructureerd diende te worden. Dit nadenken heeft geleid tot twee uitgangspunten:
1. De cursus is een postacademiale opleiding en bedoeld voor artsen en therapeuten die al praktisch werkzaam zijn en die in staat zijn het geleerde direct in hun eigen praktijkvoering toe te passen. Om die reden zijn er na afloop van iedere cursusdag opdrachten omschreven.
2. De cursus is bedoeld om geïntegreerd te worden in de eigen praktijkvoering. Op de cursus leert men "tools" om het eigen medisch handelen kwalitatief te verbeteren. Die tools zijn geschikt voor een breed terrein van gezondheidswerkers.
Ikzelf loop al meer dan vijfentwintig jaar mee in de wereld van cursussen en opleidingen en heb vele cursussen zelf ondergaan. Vanaf het allereerste idee stonden duidelijk twee zaken voorop; de praktische toepasbaarheid en de inspiratie. Als je als cursist na een cursusdag naar huis gaat, moet je geïnspireerd zijn om direct het nieuwe toe te gaan passen.
De cursus SUBTIELE INTERVENTIES is een logisch gevolg van een aantal ontwikkelingen, waarvan ik er enkele geschetst heb. Het is ook een cursus die een synthese van de drie grote geneeskundige systemen van de wereld (Westers, Chinees en Indiaas) behelst. De basis daarvoor wordt gelegd door de VAS, die hoewel afkomstig uit de ooracupunctuur, een goed bruikbaar instrument is voor algemeen medisch handelen, inclusief de grofstoffelijke, energetische en spirituele achtergronden.